Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Zoeken
Tekstgrootte

Chronische Pancreatitis (alvleesklierontsteking)

Chronische pancreatitis is een ernstige aandoening waarbij de alvleesklier ontstoken is. In veel gevallen is de ontsteking tijdelijk en we spreken dan van acute alvleesklierontsteking (acute Pancreatitis). Als de ontsteking van de alvleesklier niet geneest maar langdurig aanwezig blijft, of telkens weer terugkomt, is er sprake van chronische alvleesklierontsteking. Door de chronische ontsteking gaat de functie van de alvleesklier steeds verder achteruit.

Chronische pancreatitis gaat steeds verder en is niet te genezen. Omdat de alvleesklier een grote reservecapaciteit heeft, is er niet direct sprake van functieverlies. Dit betekent dat er wel een ontsteking is maar nog geen klachten.

De vertering van het voedsel en de bloedsuikerspiegel kunnen nog geruime tijd normaal blijven. Op welk moment er wel klachten ontstaan, is per patiënt verschillend. Meestal ontstaan er eerst spijsverteringsklachten en pas daarna klachten die te maken hebben met de bloedsuikerspiegel (diabetes).

Als gevolg van de complicaties is het percentage patiënten dat overlijdt aan een chronische pancreatitis ongeveer 15 tot 20%. Kijk op mogelijke oorzaken en klachten en symptomen voor meer informatie over chronische Pancreatitis.

Meer over Chronische Pancreatitis:

Mogelijke oorzaken

Bij chronische pancreatitis is er sprake van een steeds terugkerende of langdurige alvleesklierontsteking. Alvleeskliercellen sterven af en worden vervangen door littekenweefsel. Door het littekenweefsel kan de afvoergang van de alvleesklier vernauwd of verstopt raken. Door deze vernauwing of verstopping kan het alvleeskliersap niet goed afvloeien naar de dunne darm. Dit is de oorzaak van de hevige pijn.
Een belangrijke oorzaak van chronische pancreatitis is overmatig alcoholgebruik. Andere, minder vaak voorkomende, oorzaken zijn:

  • galstenen
  • een stofwisselingsziekte (hyperlipoproteïnaemie, hypercalcïaemie)
  • erfelijke aanleg
  • een verkeersongeluk waarbij de alvleesklier beschadigd raakt
  • herhaalde aanvallen van acute alvleesklierontsteking
  • een obstructie (blokkade) van de Papil van Vater als gevolg van een vernauwing of een tumor.

In sommige gevallen is de oorzaak onbekend. We spreken dan van idiopathische alvleesklierontsteking.

Klachten en symptomen

Chronische Pancreatitis, oftewel Alvleesklierontsteking, zijn perioden met veel klachten die vaak worden afgewisseld door perioden met weinig klachten. Veel voorkomende klachten en symptomen zijn:

Hevige buikpijn
Hevige buikpijn is de meest opvallende klacht bij chronische alvleesklierontsteking. Vooral jonge patiënten hebben veel pijn. Bij oudere patiënten is de pijn vaak minder. De pijn kan uitstralen naar de rug, linkerzij en linkerschouder. Karakteristiek voor de pijn is de neiging om voorovergebogen te gaan zitten met de knieën op de borst. Bijkomende klachten zijn misselijkheid, braken, koorts en een versnelde ademhaling. Na een maaltijd nemen de klachten toe.

Vetdiarree
Als bij het voortduren van de ziekte de productie van spijsverteringsenzymen afneemt, ontstaat er vetdiarree. Vet uit de voeding wordt door het tekort aan enzymen niet goed verteerd en verlaat onveranderd met de ontlasting het lichaam. Omdat vetten nodig zijn voor een goede opname van bepaalde ‘vet-oplosbare’ vitamines, kunnen er tekorten ontstaan aan deze vitamines. Samen met de vetdiarree verdwijnen namelijk ook deze vitamines uit ons lichaam.

Vermageren
Als gevolg van de vetdiarree, maar ook als gevolg van de angst om te eten (door de pijn), kunnen patiënten ernstig vermageren. Diabetes (suikerziekte) kan ontstaan omdat na verloop van tijd ook de hormoonproductie (van insuline) door de alvleesklier afneemt.

Geelzucht
Als de ontstoken en opgezwollen alvleesklier de afvoergang van de galblaas dichtdrukt, ontstaat er geelzucht. Omdat de gal namelijk niet meer vrij door kan stromen, ontstaat er galstuwing. Het zichtbare gevolg van galstuwing is geelzucht. Hierbij zijn het oogwit en de huid geelbruin gekleurd. Op den duur kan galstuwing leiden tot ernstige leverbeschadiging (levercirrose).

Pseudo-cyste
Bij sommige patiënten ontstaat er een pseudo-cyste. Dit is een duidelijk afgegrensde holte gevuld met vocht die, afhankelijk van de grootte, allerlei klachten kan veroorzaken. Doordat de cyste tegen de maag en/of darm aandrukt, kan er sprake zijn van misselijkheid, braken en pijn. Als de cyste de galwegen dichtdrukt, ontstaat er geelzucht.
Doordat steeds meer alvleesklierweefsel verloren gaat, kan de hevige pijn bij sommige patiënten na lange tijd ‘uitdoven’. Helaas is dat lang niet bij iedereen het geval en blijft bij hen de pijn altijd aanwezig.

Diagnose

Op basis van het karakteristieke klachtenpatroon heeft de arts vaak vermoedens dat het gaat om alvleesklierontsteking. Met behulp van onderstaande onderzoeken kan de diagnose worden gesteld:

  • Bloedonderzoek en urineonderzoek kan veranderingen aantonen o.a. in de waarden van bepaalde alvleesklierenzymen (amylase, lipase). 
  • Als de ziekte al langer bestaat, kan in de urine ‘suiker’ aangetoond worden als gevolg van suikerziekte.
  • Ontlastingsonderzoek kan aantonen of er sprake is van vetdiarree.
  • Op een röntgenfoto zijn verkalkingen in de alvleesklier aan te tonen.
  • Met behulp van een echo kan de omvang van de alvleesklierbuis en een eventueel aanwezige pseudocyste in beeld worden gebracht.
  • Met behulp van een CT-scan of MRI-scan kunnen allerlei afwijkingen in de ontstoken alvleesklier nauwkeurig in beeld worden gebracht.

Behandeling

Als de oorzaak van de alvleesklierontsteking bekend is dan is de behandeling in eerste instantie gericht op het wegnemen van deze oorzaak.

Medicijnen worden voorgeschreven om de hevige pijn te bestrijden of om tekorten aan alvleesklierenzymen of – hormonen aan te vullen.

In sommige gevallen kan een endoscopische behandeling (ERCP) plaatsvinden. Tijdens een ERCP kan de arts met een flexibele buis (endoscoop) via de mond en de maag tot in de twaalfvingerige darm komen. Met behulp van kleine instrumenten, die op de endoscoop geplaatst kan de arts kleine galstenen verwijderen uit de afvoergang van de galblaas of alvleesklier. Ook kan de arts een kleine ingreep uitvoeren, die de afvoer van alvleeskliersap en galvloeistof makkelijker maakt. Deze ingreep, waarbij een klein sneetje gemaakt wordt bij de afvoergang, heet een papillotomie . Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een buisje (stent) in de afvoergang. Ook dit kan meestal tijdens een endoscopische behandeling plaatsvinden.

In sommige gevallen is een operatie noodzakelijk om het littekenweefsel te verwijderen of ernstige pijnklachten te bestrijden. Een operatie kan ook nodig zijn om het alvleeskliersap goed door te laten stromen naar de dunne darm. Daarbij wordt de afvoergang van de alvleesklier opnieuw met de dunne darm verbonden. In zeldzame gevallen is het nodig om de hele alvleesklier te verwijderen. Het verwijderen van de alvleesklier is een ingrijpende operatie. Na een dergelijke operatie moet de patiënt veel medicijnen gebruiken.

Als er sprake is van diabetes, is behandeling door middel van medicijnen/injecties meestal noodzakelijk.

Heeft u vragen?

Vragen stellen aan lotgenoten, onzekerheden delen of gewoon jouw verhaal eens opschrijven op onze besloten facebookpagina of u kunt contact met ons opnemen.

Besloten Facebook pagina Contact met ons