Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Zoeken
Tekstgrootte

Alvleesklierkanker (pancreascarcinoom)

Elk jaar wordt in Nederland de diagnose ‘alvleesklierkanker’ bij circa 1350 personen gesteld. Het komt bij mannen tweemaal zo vaak voor als bij vrouwen. In de meeste gevallen gaat het om mensen die ouder zijn dan 60 jaar.De meest voorkomende soort alvleesklierkanker is kanker van de alvleesklierbuisjes, het ‘adenocarcinoom’. In tweederde deel van de gevallen ontstaat deze tumor in de kop van de alvleesklier. Dit wordt een ’pancreaskopcarcinoom’ genoemd.

Kijk op mogelijke oorzaken en klachten en symptomen voor meer informatie over alvleesklierkanker.

Elk jaar wordt in Nederland de diagnose ‘alvleesklierkanker’ bij circa 1350 personen gesteld. Het komt bij mannen tweemaal zo vaak voor als bij vrouwen. In de meeste gevallen gaat het om mensen die ouder zijn dan 60 jaar.De meest voorkomende soort alvleesklierkanker is kanker van de alvleesklierbuisjes, het ‘adenocarcinoom’. In tweederde deel van de gevallen ontstaat deze tumor in de kop van de alvleesklier. Dit wordt een ’pancreaskopcarcinoom’ genoemd.

Mogelijke oorzaken

De oorzaak van alvleesklierkanker is onbekend. Van een aantal factoren is echter bekend dat zij het risico op alvleesklierkanker verhogen:

Klachten en symptomen

Meestal is de tumor al enige tijd in de alvleesklier aanwezig voordat er klachten optreden.

De aard en de ernst van de klachten hangt samen met de plaats van de tumor in de alvleesklier. De meest voorkomende klachten zijn; minder eetlust, misselijkheid, zeurende pijn in de buik en/of in de rug, een verstoord ontlastingspatroon en gewichtsverlies. Als de tumor de galwegen dichtdrukt kan er geelzucht optreden. De ontlasting is hierbij vaak lichtgekleurd en de urine is erg donker.

In een later stadium van de ziekte kan jeuk, braken, ernstige vermoeidheid en vetdiarree (steatorróe) ontstaan. Zeer ernstige verschijnselen zijn; darmbloedingen, darmafsluiting en vochtophoping in de buik (ascites).

Diagnose

In eerste instantie zal de arts een lichamelijk onderzoek doen en daarna aanvullend bloedonderzoek. Dit kan aanwijzingen geven in de richting van de diagnose alvleesklierkanker. Daarna wordt doorverwezen voor verder onderzoek. Er zijn meerdere onderzoeken mogelijk, maar lang niet altijd is het nodig om alle onderzoeken uit te voeren.

  • Echografie; Dit is een niet belastend onderzoek met geluidsgolven. De geluidsgolven maken een afbeelding van de alvleesklier met de eventuele tumor en uitzaaiingen.
  • CT-scan (computertomografie); Met dit gespecialiseerde röntgenonderzoek kunnen de alvleesklier en omliggende organen en weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Er wordt een hele serie foto’s gemaakt die samen een goed beeld vormen van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Meestal is het nodig om dit onderzoek te combineren met het inspuiten van contrastvloeistof in de bloedbaan.
  • MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging); Dit onderzoek is vergelijkbaar met een CT-scan. In plaats van röntgenstralen wordt bij een MRI gebruik gemaakt van een magneetveld. Ook wordt tijdens dit onderzoek soms contrastvloeistof ingespoten voor een meer gedetailleerde afbeelding.
  • MRCP (Magnetische Resonantie CholangioPancreaticografie); Een MRCP is een MRI-scan van de galwegen en de alvleesklier. Het is een veilig en niet-belastend onderzoek dat tegenwoordig vaak gebruikt wordt in plaats van een ERCP.
  • Endo-echografie; Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een endoscoop (ERCP) waarbij aan de endoscoop een echografieapparaatje is gekoppeld. Dit apparaatje zendt geluidsgolven uit. Van de door de diverse weefsels teruggekaatste golven wordt een afbeelding gemaakt. Op deze afbeelding is te zien of en hoe ver de tumor is doorgegroeid in het weefsel dat in de nabijheid van de alvleesklier ligt.
  • ERCP (met biopsie); Met behulp van dit endoscopische onderzoek kan een afsluiting van de galgang of van de afvoergang van de alvleesklier door een tumor worden aangetoond. Een flexibele slang (de endoscoop) wordt via de mond, slokdarm en maag tot bij de Papil van Vater in de dunne darm geschoven. Via de endoscoop wordt een contrastmiddel in de afvoergang van de alvleesklier of galgang gespoten om een duidelijke afbeelding te maken. Door de endoscoop kan een instrument in de richting van de tumor worden geschoven. Hiermee kan een ‘hapje’ (biopt) uit de tumor worden weggehaald voor verder onderzoek.
  • Laparoscopie (kijkoperatie); Soms is een kijkoperatie noodzakelijk om uitzaaiingen aan te tonen. Tijdens deze kijkoperatie is het mogelijk om kleine ‘hapjes’ weefsel (biopten) weg te nemen voor verder onderzoek.

Behandeling

 Het belangrijkste doel van de behandeling van alvleesklierkanker is natuurlijk genezing. Dit is helaas niet altijd mogelijk. We spreken dan ook, afhankelijk van het doel van de behandeling, van:

  • een curatieve behandeling, als er nog genezing mogelijk lijkt.
  • een palliatieve behandeling; als genezing niet meer mogelijk is bijvoorbeeld omdat er ingroei is in een bloedvat of er uitzaaiingen zijn geconstateerd. Een palliatieve behandeling is erop gericht de ziekte zo veel mogelijk af te remmen en de klachten te verminderen.

Alvleesklierkanker wordt meestal pas ontdekt op het moment dat er al uitzaaiingen zijn. Genezing is dan niet meer mogelijk. De behandeling van alvleesklierkanker is daarom vaak palliatief.

Mogelijke behandelingen bij alvleesklierkanker zijn:

Operatieve behandeling van alvleesklierkanker
Bij de operatie worden de tumor en het omringende weefsel zoveel mogelijk verwijderd. Dit is alleen mogelijk als de tumor niet te groot is, er geen doorgroei in omliggend weefsel is en als er geen uitzaaiingen zijn. De operatie die dan meestal wordt gedaan is de whipple operatie. Bij deze operatie worden een groot deel van de alvleesklier, de galblaas, de galwegen, de twaalfvingerige darm en een gedeelte van de maag verwijderd. De verbroken verbinding tussen alvleesklier en dunne darm wordt daarna weer hersteld. Omdat de tumor vaak pas laat wordt ontdekt, is dit slechts bij 15 tot 20% van de patiënten mogelijk. Het is een uitgebreide operatie met een groot risico op complicaties.
Als de tumor niet verwijderd kan worden, wordt er soms toch een operatie uitgevoerd om de afsluiting van de galwegen en de twaalvingerige darm op te heffen.

Endoscopisch plaatsen van een buisje (stent of endoprothese)
Als de galwegen door de tumor worden dichtgedrukt, wordt door middel van een ERCP een buisje (stent) in de galweg geplaatst. Dit is noodzakelijk om het afvloeien van gal naar de dunne darm te herstellen en geelzucht en jeuk op te heffen.

Bestraling (radiotherapie) 
Bestraling wordt veelal als palliatieve behandeling toegepast om de pijn te bestrijden.

Behandeling met kankerremmende medicijnen (chemotherapie)
Wanneer een operatie niet mogelijk is dan kan de groei van de tumor worden afgeremd door behandeling met kankerremmende medicijnen (cytostatica). Soms wordt chemotherapie ook toegepast voor of na de operatie. Eventueel vindt chemotherapie plaats in combinatie met radiotherapie.

Coeliacus-block
Om hevige pijn te bestrijden wordt met behulp van alcohol of een andere stof een zenuwknoop aangeprikt en lamgelegd. Dit gebeurt tijdens een operatie, maar is ook mogelijk door het rechtstreeks aanprikken van de zenuwknoop via de rug. Behalve de hier boven beschreven behandelingen om de pijn te bestrijden kunnen diverse pijnstillers worden voorgeschreven.

 

Heeft u vragen?

Vragen stellen aan lotgenoten, onzekerheden delen of gewoon jouw verhaal eens opschrijven op onze besloten facebookpagina of u kunt contact met ons opnemen.

Besloten Facebook pagina Contact met ons